Home Editie 2009 januari
Antwoorden januari 2009
1. Bij het nemen van een doelschop schiet een verdediger de bal tegen de in het strafschopgebied staande scheidsrechter. De bal komt vervolgens bij een tegenstander, die ongeveer een meter buiten het strafschopgebied staat. Deze schiet de bal in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
 
a) Hij laat de doelschop overnemen wegens beïnvloeding door de scheidsrechter.
b) Hij keurt het doelpunt af en geeft een scheidsrechtersbal op de plaats waar hij door de bal werd geraakt.
c) Hij kent een doelpunt toe.
d) Hij keurt het doelpunt af en geeft een indirecte vrije schop aan de verdedigende partij op de plaats waar hij door de bal werd geraakt.
 
2. Terwijl de bal op het middenveld in het spel is, werpt een speler die kwaad is, nabij de zijlijn een graspol naar zijn trainer, die in de instructiezone langs de zijlijn staat. De scheidsrechter ziet dit en onderbreekt het spel. Hoe zal hij verder dienen te handelen?
 
a) Hij toont de speler de rode kaart en laat het spel hervatten met een directe vrije schop op de plaats waar de werpende speler stond.
b) Hij toont de speler de rode kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de werpende speler stond.
c) Hij toont de speler de rode kaart en laat het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
d) Hij toont de speler de rode kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
 
3. Om een tegenstander te ontlopen, loopt een speler van partij A een aantal meters langs de zijlijn buiten het speelveld. Een speler van partij B, die binnen het speelveld loopt, brengt hem buiten het speelveld opzettelijk ten val door zijn been uit te steken. De scheidsrechter fluit en stuurt de speler van B van het speelveld. Hoe moet het spel nu hervat worden?
 
a) Met een directe vrije schop tegen partij B op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de overtreding plaatsvond.
b) Met een directe vrije schop tegen partij B op de plaats waar de bal was toen werd afgefloten.
c) Met een indirecte vrije schop tegen partij B op de plaats waar de bal was toen werd afgefloten.
d) Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen werd afgefloten.
 
4. Een aanvaller die zich achter de doellijn heeft teruggetrokken om zich aan buitenspel te onttrekken, schreeuwt in die positie een aanwijzing naar een medespeler, die ter hoogte van de strafschopstip in het bezit van de bal is. De scheidsrechter fluit af en geeft de schreeuwende speler een waarschuwing. Hoe hervat hij het spel?
 
a) Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
b) Een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
c) Een scheidsrechtersbal op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.
d) Een indirecte vrije schop op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.
 
5. De doelverdediger gooit de bal van binnen het eigen strafschopgebied opzettelijk en met kracht tegen een tegenstander aan, die binnen het speelveld, maar buiten het strafschopgebied staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor. Hoe wordt het spel hervat?
 
a) Met een indirecte vrije schop.
b) Met een scheidsrechtersbal.
c) Met een directe vrije schop.
d) Met een strafschop.
 

Copyright © 2010 SHO Hengelo Ontwerp & Realisatie: MOTA Webdesign