Home Editie 2009 april
Antwoorden april 2009
1.De doelverdediger spuwt tijdens het spel vanuit zijn eigen strafschopgebied maar buiten het doelgebied naar een aanvaller, die naast het doel en achter de doellijn staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Wat beslist de scheidsrechter?

a) De doelverdediger wegzenden en een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de doelverdediger stond.
b) De doelverdediger wegzenden en een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de doellijn ter hoogte van de aanvaller.
c) De doelverdediger wegzenden en een scheidsrechtersbal op de doellijn ter hoogte van de aanvaller.
d) De doelverdediger wegzenden en een strafschop voor de aanvallende partij.
 
2. Een aanvaller loopt met de bal aan de voet het strafschopgebied in. Een verdediger probeert dit te verhinderen door de aanvaller al buiten het strafschopgebied aan zijn arm vast te houden. Wanneer beiden binnen het strafschopgebied zijn gekomen, laat de verdediger los, waardoor de aanvaller ten val komt. Wat beslist de scheidsrechter?
 
a) Hij hervat het spel met een strafschop en toont de verdediger de gele kaart.
b) Hij hervat het spel met een strafschop en toont de verdediger de gele of rode kaart.
c) Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar het vasthouden begon en toont de verdediger de gele kaart.
d) Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar het vasthouden begon en toont de verdediger de gele of rode kaart.
 
3. Een indirecte vrije schop ter hoogte van de strafschopstip, te nemen door de aanvallende partij, wordt zo uitgevoerd, dat een aanvaller de bal aanraakt, waardoor deze even beweegt. Een tweede aanvaller schiet nu de bal op het doel. Wat beslist de scheidsrechter als de bal rechtstreeks in het doel wordt geschoten?
 
a) Hij laat de vrije schop overnemen.
b) Hij keurt het doelpunt af en hervat met een doelschop.
c) Hij keurt het doelpunt af en hervat met een indirecte vrije schop tegen de aanvallende partij wegens onsportief gedrag.
d) Hij keurt het doelpunt goed.
 
4. Een speler begaat op hetzelfde moment twee overtredingen van verschillende zwaarte. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
 
a) Hij onderbreekt het spel en bestraft de zwaarste overtreding.
b) Hij laat gewoon doorspelen.
c) Hij onderbreekt het spel en hervat met een scheidsrechtersbal.
d) Hij onderbreekt het spel en bestraft de lichtste overtreding.
 
5. De doelman van partij A, staande binnen zijn eigen strafschopgebied, slaat een tegenstander. Nadat dit heeft plaatsgevonden, rolt de bal over de zijlijn. De inworp wordt direct op correcte wijze uitgevoerd door de juiste partij. Pas nu ziet de scheidsrechter het vlagsignaal van zijn assistent en onderbreekt het spel. Na mondeling contact stuurt hij de doelman van het speelveld door het tonen van de rode kaart. Hoe zal de scheidsrechter het spel nu moeten hervatten?
 
a) Met een strafschop
b) Met een scheidsrechtersbal.
 

Copyright © 2010 SHO Hengelo Ontwerp & Realisatie: MOTA Webdesign